Ik hoorde laatste iemand in één van m’n workshops Authentiek Spreken zeggen: “Zo lang heb ik mijn eigen vrouw nog nooit aangekeken”. Hij doelde op een oefening die hij net achter de rug had waarin cursisten in tweetallen elkaar 1 minuut lang in de ogen kijken. Zonder te spreken, zonder oordeel, zonder agenda. Om te ervaren hoe dat is…. als begin van een reeks oefeningen om vanuit oogcontact met telkens één persoon tegelijk verbinding te maken met een publiek van toehoorders. De man in kwestie vond het onwennig, maar nadat hij het een paar keer herhaald had begon hij het zelfs prettig te vinden en mocht het voor hem best langer duren. Elkaar langdurig aankijken, het lijkt alsof het niet mag. We zijn het niet meer gewend, hebben er oordelen over, voelen ons er wellicht door bedreigd. Hoe kan dat? Ooit zijn we dit leven allemaal op dezelfde manier begonnen. We worden geboren en belanden dan meestal in een wieg en zodra we onze ogen open kunnen doen, kijken we onbevangen, zonder vrees en met een open blik de wereld in. We worden bewonderd door onze ouders, grootouders, broertjes en zusjes en iedereen die ons maar wil komen bekijken en vasthouden. En zeg nou zelf, wie is er niet geraakt door de aanblik van een paar volledig beschikbare baby-ogen? Mij kan het iedere keer opnieuw weer ontroeren. Ik word er heel vrolijk van. En dan komt er in ons leven ergens een moment – en dat is voor ieder van ons verschillend -dat we besluiten niet langer meer zo te kijken naar de mensen en de wereld om ons heen. Niet meer met beschikbare ogen. We maken dingen mee, mensen kijken op andere manieren naar ons dan tot dat moment en poef….ineens is het allemaal niet meer zo onbevangen! Ikzelf ben al lang vergeten hoe dat gegaan is. Toch pik ik zo’n oefening als net beschreven heel gemakkelijk op als ik merk dat ik ook zonder oordeel kan kijken en er voor de ander ben en kan kijken en ‘luisteren’ met beschikbare ogen. Alsof ik na jaren niet zwemmen in het water gegooid word en meteen vrolijk weg zwem alsof ik nooit anders gedaan heb. Iedereen in de workshop ontdekt op zijn of haar eigen moment dat beschikbare ogen de sleutel lijken te zijn om zonder spanning, ja zelfs met plezier, een groep mensen te kunnen toespreken. Het mooie is voor welk publiek je ook komt te staan… er is altijd wel een paar beschikbare ogen aanwezig waarmee je een relatie aan kunt gaan. En zo lijkt het alsof je een verhaal staat te vertellen tegen een goeie vriend. En zodra je dat bij één persoon doet, merk je dat er steeds meer ogen beschikbaar komen, zodat je op een vloeiende, rustige manier je verhaal kunt vertellen. En dan is er nog iets wonderlijks…. Als je op deze manier verbinding maakt met telkens één paar beschikbare ogen tegelijk, dan lijkt het alsof de woorden vanzelf komen. Je hoeft ze niet meer te bedenken of te verzinnen, hetgeen meestal weer spanning oproept. Nee, erop te kunnen vertrouwen dat je precies zegt wat je wilt zeggen door zelf beschikbaar te zijn met je ogen voor wie dat ook is, is magisch. Net zo magisch en onbeschrijfelijk als die ontwapenende ogen van een pasgeborene. Zonder spanning en met plezier en impact spreken voor een groep is daarom eerder een kwestie van afleren dan van aanleren. En het is zo eenvoudig! Alsof je het je hele leven al gedaan hebt.
Ik heb door mijn werk als trainer/coach regelmatig te maken met het thema leiderschap. In het bedrijfsleven is het vertrouwd jargon geworden. Organisaties doen doelbewust aan leiderschapsontwikkeling, er worden talloze conferenties gehouden en seminars en survivalkampen aangeboden over leiderschap. Er zijn boekenkasten vol over geschreven en de ene goeroe heeft nog baanbrekender ideeën dan de andere over het onderwerp. Maar waar gaat het nou eigenlijk over? Waarom praten en schrijven we er zoveel over? Geen idee. Wel lijkt steeds duidelijk te worden dat de roep om leiderschap en nieuwe leiders in essentie gaat over een diep verlangen om een eeuwenlang patroon van afhankelijkheid, gehoorzaamheid, schuld en toestemming te doorbreken. Een leider zegt immers wat we moeten doen. En als niemand ons zegt wat we moeten doen, wat moeten we dan doen? Een antwoord is eigenlijk te simpel voor woorden, natuurlijk: wat we te doen hebben is zelf een leider zijn. We hoeven er niet naar op zoek, we hoeven er niet langer naar te luisteren. In de diepste aard van ons wezen zijn we natuurlijk allemaal een leider. We nemen beslissingen, dagelijks beïnvloeden we mensen om ons heen. Maar veel van ons natuurlijke leiderschap wordt ons al heel vroeg in ons leven ontnomen, ontraden, ontmoedigd, ontmanteld door ouders, opvoeders en gezagsdragers. Ik heb me er altijd over verbaasd waarom leiderschap geen vak op school is. Waarom daarmee wachten tot we vele jaren later een baan krijgen waarin het weer gelegitimeerd is om je leiderschapskwaliteiten te ontwikkelen, lees: opnieuw aan te leren. Waarom het alleen voorbehouden laten zijn aan mensen in posities die misschien wel helemaal geen leider kunnen of willen zijn?
Gisteren kreeg ik een heel leuk boekje in handen, net uitgegeven Je hebt geen titel nodig om een leider te zijn van de hand van Mark Sanborn, die al eerder het succesvolle De Fred Factor schreef. Het is een echte aanrader voor iedereen, niemand uitgezonderd, met of zonder werk, slecht- of goed betaald. Sanborn laat zien dat echt leiderschap niets te maken heeft met wat je hebt gestudeerd of welke titel je hebt. Echte leiders hebben o.a. de volgende kenmerken: ze handelen doelbewust, ze hebben oog voor anderen en zijn gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van anderen. Wat zijn volgens Sanborn de kerneigenschappen van leiders met of zonder titel?
Zij geloven dat ze hun leven en carrière positief kunnen vormgeven;
Zij zijn in staat om te leiden doordat ze in relatie zijn met mensen, niet doordat ze hen onder controle hebben;
zij verkiezen samenwerken boven aansturen;
zij motiveren ander om een bijdrage te leveren, in plaats van hen te commanderen;
zij krijgen anderen zover om hen te volgen uit respect en betrokkenheid in plaats van uit angstig en chefs onderdanigheid.
Sanborn heeft ook nog wel iets aardigs te zeggen over de leiderschapstest: van leiders wordt nogal eens beweerd dat ze – of ze nu gekwalificeerd zijn nog niet – als leider geboren worden, maar dat is een fabeltje. Ze leren hoe ze moeten leiden. De werkelijke leiderschapstest is: als je nu eens niet de kwalificatie op de bevoegdheid had om anderen te belonen of de straffen zou je hen er dan nog steeds toe kunnen brengen om jou te volgen? Kijk voor de aardigheid eens naar dit nog immer actuele fimpje van Van Kooten en De Bie over het Nieuwe Leiderschap.
Tot slot nog dit. Het boek van Mark Sanborn gaat in tegenstelling tot de vele boeken over leiderschap met de grote L, juist over eenvoudige zaken. Of je nu kantoorbeambte bent of accountant, manager of winkelbediende of kleine zelfstandige. Het gaat over de kleine dingen die ieder van ons, elke dag, kan doen om een positieve invloed uit te oefenen op onze klanten, onze collega’s, onze vrienden, en onze leefgemeenschap. Je streeft ernaar om te leiden als je:
je leven in eigen hand wilt nemen;
je organisatie wilt verbeteren;
nieuwe kansen wilt grijpen;
je klanten nog beter van dienst wilt zijn;
anderen wilt motiveren om het beste uit zichzelf te halen;
Bedrijven die waarden nastreven zijn zonder twijfel de succesvolste bedrijven ter wereld.Zo deed Richard Barrett (auteur van “Building the Values Driven Organisation”) onderzoek naar de succesfactoren die Jim Collins beschreef in zijn boek “Built to Last”. Hij kwam tot een opmerkelijke conclusie. Doorslaggevende factor in dat succes zijn niet de visie & strategie van het bedrijf, evenmin het financiële of het klantenperspectief, interne processen of innovatie en groei. Nee, het zijn de cultuurwaarden die de belangrijkste succesfactor van de organisatie bepalen.
Piet Hurkmans publiceert op zijn weblog over het belang van Waarden in organisaties. Hij doet dit in persoonlijke verhalen en gaat in gesprek met mensen uit uiteenlopende organisaties over hun belangrijkste Waarde(n).
Aan het woord ditmaal Chris Oelmeijer (1958), theatermaker. Chris runt samen met zijn vrouw Inge Besaris Theater Snater voor kinderen vanaf 4 jaar en is muzikant in De Mannen van Hee en Wijs. Plaats van ontmoeting: Terschelling.
“Mijn belangrijkste waarde is in neonletters: Vrijheid. En nummer 2 is zelfontplooiing. Ik wil graag mijn eigen gang gaan en vind het leuk om verschillende dingen te doen: gitaar spelen, een beetje acteren, maar ook timmeren, de boekhouding en marketing doen. Ik ben doelbewust een generalist. Ik kan heel veel dingen een beetje. Voor mij gaat het daarin om zelfexpressie en daar hoort vrijheid bij voor mij, zodat de meeste mensen niet kunnen zeggen ‘Jij bent ukelele-speler, jij bent geen lasser!’ Jawel, want als ik een overall aandoe en een lasapparaat pak dan ben ik een lasser.
Chris Oelmeijer op ukelele - Foto: Inge Besaris
Ik was vrij jong met stepjes en fietsjes, terwijl ik niet bepaald een motorisch wonder ben. Op mijn vierde verjaardag kreeg ik een fietsje en mijn ouders hadden leuk een kinderfeestje georganiseerd. Maar ze hebben mij daar nooit gezien, want ik was weg op m’n fietsje, VRIJ!
Zo kon ik m’n eigen gang gaan. Ik kan natuurlijk niet altijd onbeperkt m’n gang gaan. Ik heb ook een gezin. Daar wil ik ook aandacht aan geven. En er zijn natuurlijk ookbeperkingen als ik iets wil: de wind, de tijd, geld, zin, spullen.. Vroeger kon ik bijvoorbeeld over bepaalde muziekopnames zeggen dat ze niet goed waren, omdat ik de goeie spullen niet had. Dat excuus kan ik nu niet meer gebruiken, want ik heb nu allerlei apparatuur, een auto, een eigen werkruimte, een studio aan huis en heel veel microfoons. Die vrijheid wilde ik, ik wilde daarin niet afhankelijk van anderen zijn. Als het nu niet goed is, dan ligt het aan mij en niet aan de spullen. Ik ben daarmee op een ander behoefte-niveau terechtgekomen. Ik ben voor m’n survival als theatermaker en musicus niet meer afhankelijk van de spullen van anderen. Spullen kopenheeft wel 2 kanten, je koopt mogelijkheden en een stukje vrijheid, maar spullen hebben ook aandacht en onderhoud nodig, anders werken ze tegen je en beperken je vrijheid.
Voor mijn waarde vrijheid is mijn gezin heel belangrijk. Die willen zelf hun gang gaan en laten mij doen wat ik wil. In ons gezin is het zo dat als de één graag iets wil, de andere zegt ‘okay, kan ik jou daarmee helpen?’ Dat vind ik een enorm geschenk. Ik ken genoeg mensen die bezig zijn met te doen wat ze eigenlijk niet willen en wel letten op wat een ander doet en er een oordeel over hebben. Dat begrijp ik niet zo goed. Voor mij is de kern van alles ‘Wat wil ik en hoe ga ik dat zo dicht mogelijk verwezenlijken op mijn manier?’ Dat is nou bijvoorbeeld ook de essentie met de Mannen van Hee, een gelegenheidstrio waarmee ik sinds een paar jaar iedere vakantie op Terschelling optreedt voor kinderen en hun ouders, met liedjes over het eiland.
Mannen van Hee: Vikctor Frederik, Chris Oelmeijer, Frans van Hal - Foto: Inge Besaris
Nooit meer weg – Mannen van Hee
Ik ben natuurlijk geen bovenmatig getalenteerde muzikant, dat wist ik al vrij jong, maar toch wil ik zingen. Ik mocht op de lagere school van de muziekjuf niet meezingen in de musical, want ze vond dat ik belazerd zong. Ik mocht wel meespelen, maar een ander kind zong mijn tekst. Toch heb ik altijd de drang gehad om iets met muziek te doen. En ook gewoon doodleuk met zingen bezig te zijn. En eigenlijk wil ik niet “gedoogd worden tussen de schuifdeuren”. Ik wil dat mensen me serieus nemen. Ik realiseer me heel goed dat er miljoenen mensen zijn die heel graag in een band willen en er geld mee verdienen. Maar die denken dan aan Idols of Ahoy. Maar zo groot hoeft het helemaal niet. Je kan hier ook op Terschelling spelen in een strandpaviljoen en het zélf doen,het zélf regelen, met heel veel plezier en waardering. Gewoon lekker spelen.
Ik heb wat anderen vinden van wat ik doe overwonnen. Vaak, als ik zing en mensen accepteren dat gezang van mij, dan denk ik ‘Zo, dat heb ik toch maar mooi overwonnen!’ Ik heb een vorm gevonden waarin mijn gezang functioneel is. Als ik had geprobeerd zánger te worden, dan was ik mislukt. Maar hoe dichter ik in de buurt kom bij hoe ík het wil en kan doen, hoe aangenamer mensen het lijken te vinden.
Ik heb in mijn werk als theatermaker en als muzikant wel met anderen te máken. En ik wil natuurlijk wel dingen met anderen doen. Ik wil geen kluizenaar worden. Als dingen dan niet helemaal lekker lopen, vind ik het wel lastig om direct te uiten wat ik nodig heb. Dat is niet mijn sterkste punt. Ik kan dan een beetje nukkig en gekwetst doen. Dat is mijn grootste beperking. Ik kan blijven hangen in een soort bokkigheid, ik heb vaak een sterk beeld van hoe ik de dingen wil……. Die gekwetstheid en pijn is terug te voeren op mijn schooltijd. De negatieve kanten van het leven hebben voor mij allemaal iets met school te maken en grote mensen die mij veel te veel regels oplegden en mij in een hokje wilden stoppen waar ik niet wil zijn. Ik realiseer me te weinig dat pijn en gekwetstheid inspiratiebronnen zijn…. Dat dát het verhaal is dat ik nu in veel van mijn theatrale en muzikale uitingen in ‘verpakte’ vorm vertel.
Ik wil als theatermaker/muzikant graag vrolijke “la-die-da” dingen doen, maar ook hele serieuze, échte dingen. Zo heb ik een liedje geschreven, dat Lichtjes Kijken heet. Dat is echt. Dat gaat over hoe ik met mijn dochter Nine midden in de nacht naar de Waddendijk fiets om daar naar de heldere sterrenhemel te gaan kijken. Dat is een heel mooi liedje. Het is echt en het werkt. Ik zou niet willen dat zoiets sneuvelt, omdat anderen het niks vinden. Lichtjes kijken
Er is wel eens half door mijn hoofd geschoten ‘moet jij niet gewoon eens in je eentje op het podium gaan staan?’ En dan denk ik vaak ‘ik weet niet of mensen daar wel voor komen!’ Ik kan goed alleen zijn. De hele middag timmeren in mijn werkruimte, heerlijk vind ik dat. Maar in mijn eentje voor een publiek staan met m’n eigen voorstelling, dat heb ik nog nooit echt gedaan. Ik ben op mijn best náást iemand. Ik heb mijn hele middelbare schooltijd en daarna een soort van beste vrienden gehad die heel erg outgoing waren. Ik ben verlegen van aard, maar ook dol op aandacht.
Chris Oelmeijer in Zeebenen van Theater Snater - Foto: Inge Besaris
Laatst zat ik te denken dat de enige voorstelling die we met Theater Snater ooit gedaan hebben waar ik nog wel eens een remake van zou willen maken is Op een driewieler de bocht door. Dat verhaal ging over een clown, Tobias. Dat was ik. En die clown had nogal de neiging om zich te verslapen. De circusdirecteur had gezegd: ‘Tobias, als jij je nog één keer verslaapt, dan gaat het circus zonder jou weg!’ De voorstelling begon op de ochtend dat Tobias wakker werd en merkte dat het circus weg was. En toen ging ie dus op een driewieler de bocht door de wereld in om te zoeken wat ie dan moest. In zijn ééntje op een fietsje, net zoals ik op mijn vierde verjaardag…….
Mijn ultieme vrijheid zou kunnen liggen in helemaal in mijn eentje voor mijneigen verhaal te gaan en daar dan iets mee te doen qua theater en muziek.”
Vaderdag 2008 is een bijzondere dag. Vandaag ben ik gestart met mijn weblog. Dat is al een tijd een wens van mij, maar de echte inspiratie kwam deze week toen ik voor het eerst het Social Media Event 08 bezocht, waar ondernemers bij elkaar kwamen om te ontdekken wat sociale media voor hun business kunnen betekenen. De meeting startte met een leuk filmpje over de groeiende impact van sociale media. Beslist leuk om even naar te kijken.
Vooral het Ezine en het weblog werden die dag gepresenteerd als een hele effectieve en goedkope manier om in contact te komen met geïntersseerden en potentiële klanten. Ik was meteen enthousiast. “Dat ga ik ook doen”, dacht ik meteen. Ook wist ik meteen een vaderdagcadeau: een opvouwbaar toetsenbordje voor bij mijn Nokia 95 8gb, zodat ik – waar ter wereld ook - altijd zou kunnen bloggen. M’n eerste romantische idee daarover is om deze zomer op de camping op Terschelling voor m’n tent lekker te kunnen mailen, bloggen en sms-en met mijn nieuw gekregen gadget: de Nokia Wireless Keyboard SU-8SW. Ik ben en blijf een ondernemer die ook in zijn vakantie stilzitten het liefst afwisselt met dingen doen en in contact blijven met “kansen” uit de buitenwereld. Mijn sterkste behoeften zijn vrijheid en autonomie. Dit kleinood ondersteunt het vervullen van deze behoeften enorm, kan ik je wél vertellen. Ik ben dus ontzettend gelukkig met het mannencadeau dat ik vanmorgen bij het ontbijt op bed van mijn kinderen Sarah en Pjotr en van mijn vrouw Tanja kreeg. En zoals het een echte man betaamt, ben ik meteen zonder de gebruiksaanwijzing te lezen met het opvouwbare geluk aan de slag gegaan om de geboorte van mijn weblog gestalte te geven. Mijn dag kan echt niet meer stuk. Wie nieuwsgierig is geworden (man of vrouw), ik zou zeggen kijk eens op opvouwbaar toetsenbord.